8-ball

Spelregels 8-Ball

De algemene spelregels zijn van toepassing, behalve als ze in tegenspraak zijn met de volgende spelregels, die een vertaling van de offciële spelregels van de WPA zijn.

1.1 Doel van het spel

8-Ball is een zogenaamd 'call-spel' dat gespeeld wordt met één witte stootbal en vijftien objectballen.
Één speler moet de ballen 1 tot en met 7 (de effen gekleurde ballen) potten, terwijl de andere speler de ballen 9 tot en met 15 (de gestreepte ballen) moet potten. Wanneer een speler alle objectballen van zijn eigen serie gepot heeft, mag hij proberen de 8-Ball te potten. De speler die daar als eerste in slaagt met een geldige stoot wint het spel.

1.2 Callen - Aankondigen

Voor de hand liggende ballen en pockets moeten niet aangekondigd worden. Als het voor de tegenspeler niet duidelijk is, heeft hij echter steeds het recht om te vragen welke bal en pocket gespeeld worden. Stoten via banden en combinatiestoten worden niet als voor de hand liggend beschouwd en moeten steeds aangekondigd te worden. Bij het aankondigen is het nooit nodig om eventueel te raken banden, combinaties te vermelden.

Ballen die gepot worden in een stoot waarin een foul gemaakt werd, blijven gepot ongeacht van welke speler ze zijn. (Let op bij van tafel gespeelde ballen! Zie ook regel 1.18) Bij de openingsstoot moet niet aangekondigd worden. Als de beginnende speler bij de break op geldige wijze een of meer objectballen pot, mag hij verder spelen.

1.3 De break

De objectballen worden in de vorm van een driehoek op de tafel gelegd met de topbal van de driehoek op het voetpunt. De 8-Ball is de middelste uit de rij van drie ballen. De beide buitenste ballen van de achterste rij zijn van een verschillende soort: de ene effen gekleurd, de andere gestreept.

1.4 Breaken door winnaar

De winnaar van de lag (zie Algemene regels 1.6) kiest of hij zelf breakt of de tegenspeler laat openen. Tijdens een wedstrijd breakt de speler die een game gewonnen heeft.

1.5 Jump- en Massé-fouls

Het is een foul als de stootbal bij een jump shot of massé shot een niet legale tussenliggende bal als eerste raakt.

1.6 Een correcte break

Om correct te breaken, moet de openende speler (met de stootbal vanaf achter de hoofdlijn) een of meerdere objectballen potten, of minstens vier objectballen een band laten raken. Slaagt hij er niet in correct te breaken, dan maakt hij een foul. De tegenspeler krijgt dan de keuze om de positie te aanvaarden en zelf verder spelen, of de ballen opnieuw te laten opleggen en te kiezen wie breakt: hijzelf of zijn tegenspeler.

1.7 De stootbal potten bij de break het zogenaamde "scratchen"

Als bij de break de stootbal wordt gepot, is het een foul en blijven alle gepotte ballen gepot (behalve de 8-bal, zie regel 1.9) en is de tafel open. De tegenspeler is dan aan beurt en krijgt de stootbal in de hand achter de hoofdlijn met alle bijhorende bepalingen (zie Algemene regels 1.10, 1.16, 1.39 en 1.40).

1.8 Objectballen van de tafel spelen bij de break

Als een speler bij de break een objectbal van tafel laat springen, dan is dat een foul. De tegenspeler heeft vervolgens de keuze om de positie te aanvaarden en zelf verder te spelen, of de stootbal in de hand achter de hoofdlijn te nemen.

1.9 De 8-bal potten bij de break

Wanneer bij de break de 8-bal wordt gepot, dan heeft de speler de keuze de objectballen opnieuw op te leggen (racken) en zelf opnieuw te breaken of om de 8-bal terug te leggen op de voetspot en verder te spelen. Als tegelijk met de 8-bal ook de stootbal gepot wordt, mag de tegenspeler kiezen de objectballen opnieuw te laten opleggen (racken) en breaken of om de 8-bal te laten respotten en verder te spelen met de stootbal in de hand achter de hoofdlijn.

1.10 De open tafel

De tafel is open zolang niet vaststaat welke speler met welke serie (effen of gestreepte objectballen) speelt. Bij een open tafel mag de speler als eerste een effen bal raken om een gestreepte bal te potten en vice versa. Na de break is de tafel steeds open. Bij een open tafel is het toegestaan een effen of gestreepte bal als eerste te raken om een bal te potten, maar is het echter de 8-bal die als eerste geraakt wordt dan is dat een foul. De speler verliest zijn beurt en krijgt de tegenspeler ball in hand. Alle gepotte objectballen blijven gepot en de tafel blijft open.

1.11 Keuze van de serie (effen of gestreepte objectballen)

De keuze van de serie (effen of gestreepte objectballen) gebeurt nooit bij de break, zelfs niet als daarin ballen gepot worden. Onmiddellijk na de break is de tafel altijd open (zie regel 1.10). De keuze staat vast vanaf de eerste geldig gepotte bal (zie regel 1.12).

1.12 De correcte stoot

Bij iedere stoot (behalve bij de break en bij een open tafel) moet de stootbal eerst een bal van de eigen serie raken. Daarna moet een objectbal gepot worden. Of anders moet de stootbal of een objectbal een band raken. Het is toegestaan de stootbal tegen een band te spelen voordat een objectbal geraakt wordt. Maar na het contact met de objectbal moet echter nog steeds een objectbal gepot worden of een bal tegen een band gespeeld worden. Gebeurt dit niet, dan maakt de speler een foul.

1.13 Safety shot spelen

Vanuit tactisch oogpunt kan een speler ervoor kiezen een eigen objectbal te potten en toch niet aan beurt te blijven. Hij kan dit doen door een safety aan te kondigen, een safety is een geldige stoot. Als een speler een safety wil spelen, moet hij dat vooraf aankondigen. Doet hij dat niet en pot hij één of meerdere ballen van zijn eigen serie, dan moet de speler zelf verder spelen. Alle ballen die bij een safety gepot worden, blijven gepot.

1.14 Het scoren

Een speler mag verder spelen tot hij er niet meer in slaagt om op correcte wijze een bal van zijn eigen serie te potten. Wanneer een speler alle ballen van zijn serie gepot heeft gaat hij spelen om de 8-bal te potten.

1.15 Straf voor een foul

Na een foul krijgt de tegenspeler de stootbal ball in hand over de hele tafel. Alleen bij fouls op de break krijgt hij de stootbal in hand achter de hoofdlijn. Deze regel voorkomt het maken van opzettelijke fouls met als doel de tegenspeler nadeel te bezorgen. Met de stootbal in hand mag een speler zijn hand of ieder deel van de keu (de pomerans inbegrepen) gebruiken om de stootbal te plaatsen. Bij die plaatsing telt iedere voorwaartse stootbeweging waarbij de stootbal geraakt wordt en die niet resulteert in een correcte stoot als een foul (zie ook Algemene regels, regel 24.40).

1.16 Combinatiestoten ("plants")

Combinatiestoten zijn toegestaan. De 8-bal mag echter niet als eerste geraakt worden als de tafel niet meer open is en de speler nog ballen van zijn serie op tafel heeft liggen.

1.17 Ongeldig gepotte ballen

Een ongeldig gepotte bal is een bal die gepot wordt in een stoot waarin een foul gemaakt wordt, in een andere dan de aangekondigde ("callen") pocket, of die niet aangekondigd is of in een safetystoot. Ongeldig gepotte ballen blijven gepot.

1.18 Objectballen van tafel spelen

Worden er objectballen van tafel gespeeld, dan is dat een foul en gaat de beurt over naar de tegenspeler. Is het de 8-bal die van de tafel gespeeld wordt, dan verliest men direct het spel.

1.19 Foul op de 8-bal

Maakt men bij het spelen op de 8-bal een foul maar wordt de 8-bal niet gepot of van tafel gespeeld, dan is dat een gewone foul en géén verlies van game. De tegenspeler krijgt de bal in hand. Speelt men de 8-bal weg tijdens een foul, dan resulteert dit in verlies van het spel (zie regel 1.20).

1.20 Verlies van het spel

Een speler verliest het spel in de volgende gevallen:

  1. een foul maken bij het potten van de 8-bal (behalve bij de break, zie regel 25.9);
  2. de 8-bal potten in dezelfde stoot als die waarin de laatste van zijn serie gepot wordt;
  3. de 8-bal van tafel spelen;
  4. de 8-bal potten in een andere dan de aangekondigde pocket;
  5. de 8-bal potten wanneer er nog objectballen van de eigen serie op tafel liggen.

1.21 Doodlopend spel

Als na drie opeenvolgende beurten van iedere speler (in totaal zes beurten) met nog slechts twee objectballen en de 8-bal op tafel geen van beide spelers nog probeert om het spel te winnen, dan worden alle objectballen opnieuw opgelegd en breakt de openende speler van deze game opnieuw. Drie opeenvolgende fouls door dezelfde speler resulteren niet in verlies van het spel bij 8-Ball, bij 9-Ball verliest men dan wel! (zie Spelregels 9-Ball 1.12).

Bron: KNBB

9-ball

Spelregels 9-Ball

Doel van het spel

9-ball wordt gespeeld met de witte speelbal en de genummerde ballen van een tot en met negen. Bij elke stoot moet de speelbal als eerste de laagst genummerde bal op de tafel raken, doch de ballen moeten niet in volgorde gepot worden. Zolang hij op een geldige manier genummerde ballen pot en hij geen foul maakt of het spel wint door de 9-ball te potten, blijft een speler aan de beurt. Na een misser moet de aan tafel komende speler beginnen met de speelbal op de plaats waar hij ligt; werd er echter een foul gemaakt, dan krijgt hij de bal in de hand overal op de tafel. De stoten moeten niet aangekondigd worden.

De openingsconfiguratie

De ballen worden in een ruitvorm gelegd met de 1-ball op het voetpunt, en de 9-ball in het centrum van de ruit, die met de lange diagonaal op de lange lijn ligt. De overige ballen liggen willekeurig in de ruit waarbij ze elkaar moeten raken. Het spel begint met de speelbal in de hand achter de hoofdlijn.

De geldige openingsstoot

De regels voor de openingsstoot zijn dezelfde als voor alle andere stoten, met de volgende bijzonderheden: de openende speler moet niet enkel de 1-ball als eerste raken maar moet daarna tevens ofwel een of meerdere genummerde ballen potten ofwel minimaal vier genummerde ballen tegen een band spelen als de speelbal gepot of uit de tafel gespeeld wordt of als niet voldaan werd aan de hierboven genoemde vereisten, dan is dat een foul en krijgt de aan tafel komende speler de bal in de hand over de hele tafel als bij de openingsstoot een genummerde bal uit de tafel gespeeld word, dan is dat een foul en krijgt de aan tafel komende speler de bal in de hand op de hele tafel; de uit de tafel gespeelde bal wordt niet terug gespot, tenzij het de 9-ball is.

Verdere spelverloop

Op de stoot direct volgend op de openingsstoot mag een 'push out' gespeeld worden. Als de openende speler een of meerdere ballen pot, mag hij verder spelen tot hij mist, wint of een foul maakt. Als de speler mist of een foul maakt, speelt de tegenspeler op dezelfde voorwaarden verder.

De "push-out"

De speler die de eerste stoot na de openingsstoot - die geldig moet geweest zijn - speelt mag een 'push out' spelen om de speelbal in een betere positie te leggen voor het verdere spel. Bij een "push out" is het niet nodig de speelbal een genummerde bal of een band te laten raken; alle andere foulregels blijven evenwel gelden. Een "push out" dient vooraf aangekondigd te wordcn, zoniet zal de stoot als een gewone stoot beschouwd worden. Alle ballen die tijdens een 'push out' gepot worden, blijven gepot, uitgezonderd de 9-ball, die terug gespot wordt. Een 'push out' is een geldige stoot zolang er geen regels worden overtreden. Een ongeldige "push out" wordt overeenkomstig de overtreden regel bestraft.

Na een 'push out' mag de inkomende speler kiezen of hij de volgende stoot zelf speelt, of dat hij hem overlaat aan de speler van die de 'push out' gespeeld heeft. In beide gevallen zijn alle volgende stoten gewone stoten, die op een geldige wijze gespeeld dienen te worden. Als bij de openingsstoot de speelbal gepot werd, mag er geen "push out" gespeeld worden.

Fouls

Als een speler een foul maakt, dan stopt zijn beurt. Alle ballen die hij gepot heeft blijven weg, uitgezonderd de 9-ball die terug gespot wordt. De inkomende speler krijgt de bal in de hand op de hele tafel. Maakt een speler meerdere fouls in eén enkele stoot, dan worden die als slechts een foul gerekend.

Verkeerde bal raken

Als de eerst geraakte bal niet die met het laagste nummer is, dan is dat een foul.

Geen band raken

Als men na het aanspelen van de laagst genummerde bal op de tafei geen bal pot en er wordt geen band meer geraakt, dan maakt men een foul.

Ball in hand

Als een speler de bal in de hand krijg, dan mag hij die overal op de tafel leggen zonder evenwel een genummerde bal aan te raken. Hij mag de positie steeds verbeteren tot hij afstoot.

Ballen uit de tafel spelen

Een niet-gepotte bal wordt als uit de tafel gespeelde bal aangezien als hij stil komt te liggen op een anderc plaats dan op het speelvlak van de tafel. Een bal uit de tafel spelen betekent dat men een foul maakt; zulke ballen blijven weg, tenzij het om de 9-ball gaat.

Jump- en masserfouls

Het is een foul als de speelbal bij een poging tot jumpshot over of masseren of draaien rond een niet legale tussenliggende bal, die bal als eerste raakt.

3 opeenvolgende fouls

Als een speler drie opeenvolgende fouls begaat in drie opeenvolgende stoten (dus zonder dat hij intussen een geldige stoot maakt), dan verliest hij het spel. De drie fouls moeten alle drie in hetzelfde spel plaatsvinden. De speler moet tussen de tweede en de derde foul - op het moment dat hij de 'derde' maal aan de tafel komt - gewaarschuwd worden dat hij reeds twee opeenvolgende fouls gemaakt heeft. De beurt van een speler begint wanneer het voor hem toegelaten is een stoot uit te voeren en eindigt bij het cinde van de stoot (als hij mist, een foul begaat of het spel wint) of wanneer hij een foul maakt.

Einde van het spel

Een spel begint zodra de speelbal de hoofdlijn overschrijdt bij de openingsstoot. De 1-ball moet geldig geraakt worden bij de openingsstoot. Het spel eindigt bij de geldige stoot waarin de 9-ball gepot wordt of wanneer een speler een forfait heeft tengevolge een foul.

De ballen worden in een ruitvorm gelegd met de 1-ball op het voetpunt, en de 9-ball in het centrum van de ruit, die met de lange diagonaal op de lange lijn ligt. De overige ballen liggen willekeurig in de ruit waarbij ze elkaar moeten raken. Het spel begint met de speelbal in de hand achter de hoofdlijn.

Bron: KNBB

straight pool

Spelregels Straight pool

Doel van het spel

14.1 Continuous oftewel Straight Pool, is een 'aankondigingspel'. Spelers moeten voor elke stoot de bal en zijn pocket aankondigen. Een speler scoort een punt voor iedere correct aangekondigde en in een geldige stoot gepotte bal. Hij mag verder spelen tot hij er niet langer in slaagt een aangekondigde bal geldig te potten of hij een foul maakt. Een speler kan de eerste 14 ballen potten, maar voor hij dan verder speelt door op de 15de (laatst op de tafel overblijvende) bal te spelen, moeten de 14 gepotte balen terug opgelegd worden met een vrije plaats op het voetpunt. De speler poogt dan de 15de bal te potten op een dusdanige wijze dat de opgelegde ballen uit mekaar gespeeld worden en hij zijn beurt verder kan zetten. De speler die als eerste het vooropgestelde puntenaantal bereikt (gewoonlijk 150 in grotere toernooien), wint het spel.

Het scoren

Elke geldig gepotte bal scoort 1 punt voor de speler aan beurt.

De openingsstoot

De openende speler moet ofwel:

  • en bal en de pocket waarin die gepot zal worden, aankondigen en daar ook in slagen;
  • de speelbal een genummerde bal laten raken en vervolgens de speelbal en minimaal twee genummerde ballen een band laten raken.

Voldoet men niet 1 van beide voorwaarden dan maakt men en 'openingsfout', die bestraft wordt met twee minpunten (die van de score afgetrokken worden).

Na een "openingsfout" heeft de tegenspeler bovendien de keuze om:

  • de positie te aanvaarden en zelf verder te spelen, of;
  • de ballen terug te laten opleggen en dezelfde speler opnieuw te laten openen.

De tegenstander blijft deze keuzes hebben zolang er niet geldig wordt geopend. "Openingsfouten" zijn geen fouls en tellen dus ook niet mee voor de "drie-foul-regel".

Wordt bij de openingsstoot voldaan aan de hierboven genoemde eisen maar wordt de speelbal gepot, dan is dat een foul, die bestraft wordt met 1 minpunt en die wel meetelt voor de "drie-foul-regel". De inkomende speler krijgt de bal in de hand achter de hoofdlijn met de genummerde ballen op de posities waar ze tot stilstand gekomen zijn.

Algemene spelregels

Zolang een speler op een legale wijze ballen pot, blijft hij aan de beurt. Een speler mag eender welke bal kiezen, maar dient weI steeds de gekozen bal en pocket aan te kondigen. Details zoals eventueel te raken banden, combinaties, en dergelijke meer (die alle geldig zijn) dienen niet vermeld te worden. Worden in een geldige stoot naast de aangekondigde bal in de aangekondigde pocket nog meerdere ballen gepot, dan krijgt de speler voor elk van die gepotte ballen 1 punt.

Bij alle stoten dient de speler de speelbal een genummerde bal laten raken en daarna ofwel:

  • een genummerde bal te potten, ofwel;
  • de speelbal of eender welke genummerde bal tegen een band te spelen.

Voldoet men daar niet aan, dan maakt men foul.

Ligt een genummerde bal minder dan 1 baldikte van de band zonder dat hij er vast tegenaan ligt (de scheidsrechter zal dit desnoods nameten), dan mag eenzelfde speler slechts twee opeenvolgende (geldige) safetystoten spelen op die bal met gebruik van alleen maar die band. Voor zijn volgende beurt beschouwt men die bal als vast tegen de band liggend en gelden de speciale bepalingen.

Opgelet: voor een speler wiens vorige stoot een foul was, wordt zulke bal de volgende beurt direct a]s vast tegen de band liggend beschouwd en hij moet dan ook dadelijk voldoen aan de voorschriften voor bal vast tegen de band. Datzelfde geldt voor een speler die de vorige twee stoten een foul maakte of die in de stoot direct na een safety-stoot op zulke bal (en met dus alleen die nabije band te gebruiken) een foul maakte; ook zij moeten dus meteen aan deze voorschriften voldoen. Doen ze dat niet, dan wordt hen een 'derde opeenvolgende foul' toegekend en wordt de overeenkomstige puntensanctie opgelegd te samen met de puntenaftrek van de voorgaande fouls (in totaal worden dus 17 minpunten geteld). De vijftien ballen worden dan opnieuw opgelegd en de speler die de fouls beging moet dan openen zoals bij de aanvang van het spel.

Wanneer de veertiende bal gepot is, wordt het spel tijdelijk stilgelegd. De speelbal en de overblijvende vijftiende bal blijven liggen op de plaats waar ze liggen, de veertien gepotte ballen worden terug opgelegd waarbij de plaats van de topbal (op het voetpunt) open blijft. De speler zet dan zijn beurt voort waarbij hij eender welke bal mag aanspelen (normaal gezien zal hij de vijftiende bal proberen te potten op een dusdanige wijze dat de speelbal het veld open speelt, om zo het verder zetten van zijn beurt te vergemakkelijken).

Omwille van redenen van defensieve aard mag een speler een safety-stoot aankondigen. Ze zijn geldig, zolang aan alle geldende regels voldaan wordt. Na een safety-stoot is de beurt van de speler over; eventueel in de safety-stoot gepotte ballen leveren geen punten op en worden terug gespot.

Een speler mag een bal, die in de richting van een pocket of de 'driehoek' loopt, niet vastnemen, aanraken, of op eender welke wijze beïnvloeden (het vastnemen van een bal die in een pocket rolt door zijn hand in de pocket te steken inbegrepen). Doet hij dat toch, dan maakt hij een zogenaamde 'opzettelijke foul' die bestraft wordt met zestien minpunten: 1 voor de foul en vijftien voor het opzettelijke karakter ervan. De inkomende speler mag kiezen:

  • de positie aanvaarden en zelf met de bal in de hand achter de hoofdlijn verder spelen, of;
  • de vijftien ballen opnieuw laten opleggen en de speler die de foul beging laten openen (met alle eisen voor een gewone openingsstoot).

Als de vijftiende (niet-gepotte) bal en/of de speelbal het laten zakken van de driehoek om de ballen terug op te Ieggen hindert, moeten de ballen volgens de onderstaande tabel opgelegd worden

Speelbal / 15e bal In de driehoek Niet in de driehoek, niet op het hoofdpunt Op het hoofdpunt
In de driehoek 15e bal: voetpunt
Speelbal: hoofdveld
15e bal: middelpunt
Speelbal: in positie
15e bal: voetpunt
Speelbal: in positie
Gepot 15e bal: voetpunt
Speelbal: hoofdpunt
15e bal: voetpunt
Speelbal: in positie
15e bal: voetpunt
Speelbal: in positie
In het hoofdveld, niet op het hoofdpunt 15e bal: in positie
Speelbal: hoofdpunt
   
Niet in het hoofdveld én niet op het hoofdpunt 15e bal: in positie
Speelbal: hoofdbal
   
Op het hoofdpunt 15e bal: in positie
Speelbal: middenpunt
  Op het hoofdpunt betekent in de weg om een bal te spelen

Heeft een speler de bal in de hand achter de hoofdlijn (na het potten of uit de tafel spelen van de speelbal), en liggen alle overblijvende genummerde ballen in het hoofdveld, dan mag de speler vragen de genummerde bal die het dichtst bij de hoofdlijn ligt te spotten op het voetpunt Liggen twee of meer ballen even ver van de hoofdlijn, dan mag de speler kiezen welke van deze ballen hij eventueel wil laten spotten.

Ongeldig gepotte ballen

Ongeldig gepotte ballen worden zonder verdere sancties gespot.

Genummerde ballen uit de tafel spelen

De stoot is een foul en alle uit de tafel gespeelde ballen worden gespot nadat alle ballen tot stilstand gekomen zijn.

Speelbal potten of uit de tafel spelen

De inkomende speler krijgt de bal in de hand achter de hoofdlijn, tenzij de specifieke regels van toepassing zijn en andere keuzes of procedures voorschrijven.

Straffen voor fouls

Voor ieder foul wordt 1 punt afgetrokken. Opgelet: er zijn strengere straffen voor opzettelijke fouls en voor drie opeenvolgende fouls. De inkomende speler speelt verder vanuit de positie waarin de ballen tot stilstand gekomen zijn tenzij:

  • de foul een uit de tafel gespeelde of gepotte speelbal was;
  • het een vrijwillige foul was of;
  • het om een derde op eenvolgende foul ging.

Straffen voor opeenvolgende fouls

Een speler die een foul maakt, krijgt hij 1 (of in sommige gevallen meer) minpunt(en) aangetekend en er wordt aan de speler medegedeeld dat hij op 1 foul staat. Is zijn volgende stoot geldig dan wordt zijn foul uitgeveegd. Slaagt hij daar niet in, dan krijgt hij opnieuw 1 minpunt toegewezen en komt hij op twee fouls te staan. Slaagt hij bij zijn derde beurt aan de tafel nog niet, dan maakt hij zijn derde opeenvolgende foul waarvoor hij vijftien strafpunten krijgt. De ballen worden nu allemaal terug opgelegd en de foul en de speler moet openen volgens de daarvoor geldende regels.

Na een derde opeenvolgende foul komt een speler terug op nul fouls te staan.

Het dient benadrukt te worden dat opeenvolgende fouls in opeenvolgende stoten of pogingen aan de tafel dienen gemaakt te worden, niet enkel in opeenvolgende beurten aan tafel. Beeindigt een speler de 6de beurt bijvoorbeeld met een foul, en maakt bij zijn eerste stoot van zijn 7de beurt een foul, dan staat hij op twee fouls. Begint hij de 8ste beurt dan met een geldig gepotte bal waarna hij de speelbal pot bij zijn tweede stoot, heeft hij geen drie opeenvolgende fouls gemaakt. Door het geldig potten van een bal in zijn eerste stoot van de 8ste beurt, had hij zijn strafregister uitgeveegd. Hij begint de 9de beurt dus op 1 foul (die uit de 8e beurt).

Het scoren

Het toekennen van minpunten kan aanleiding geven tot een negatieve score. Tijdens het spel kan een score dus 'min 1', 'min twee', 'min vijftien' en dergelijke bedragen. (Een speler kan zo een spel winnen terwijl zijn tegenspeler enkel twee fouls heeft gemaakt; de eindscore bedraagt dan 150 tegen -2.) Als een speler foult tijdens een stoot waarin geen ballen werden gepot, dan wordt het minpunt van de score bij het einde van de vorige stoot afgetrokken. Pot een speler een bal bij dezelfde stoot als deze waarin hij foult, dan wordt de bal gespot (geen punten) en wordt het minpunt afgetrokken van de score bij zijn vorige stoot.

Bron: KNBB